De Tribute Vlaai

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 07:50

Afgelopen week bakte ik een Limburgse rijstevlaai. Maar niet zomaar eentje. 
Dit was ‘De Tribute Vlaai’, een ode aan Mariëlle. 
Het verhaal van deze vlaai begon al een tijd geleden, toen ik werd uitgenodigd voor een wensengesprek bij Mariëlle en Kees. Mariëlle was ernstig ziek en wilde haar wensen voor haar afscheid bespreken en vastleggen.

Ondanks de verdrietige aanleiding hadden we een mooi gesprek. Natuurlijk spraken we over praktische zaken zoals de locatie, het vervoer, de kaart, bloemen en catering. Maar juist in zo'n gesprek gaat het ook over wie iemand is.
We spraken over waar Mariëlle was geboren, hoe zij en Kees elkaar hadden leren kennen, over haar studie en werk, haar hobby's en de dingen die haar leven kleur gaven.
Mariëlle vertelde dat ze uit een bakkersfamilie kwam. Dat spitste meteen mijn oren. Mijn eigen overgrootvader was namelijk ook bakker. En als horecadochter zijn koken, bakken en genieten van lekker eten mij met de paplepel ingegoten. Er ontstond meteen een leuke herkenning. Zeker toen Mariëlle vertelde dat ze zelf nog altijd graag bakte en anderen graag op taart trakteerde.

Toen Mariëlle overleed, werd haar uitvaart een mooie weerspiegeling van wie zij was. Haar liefde voor het zeilen was zichtbaar aanwezig. Er werd een film vertoond vol liefdevolle en grappige herinneringen, gemaakt door studiegenoten. Een film die Mariëlle gelukkig zelf nog had kunnen zien. Buurtkinderen ontstaken kleurrijke lichtjes, Kees vertelde liefdevol over hun leven samen en haar laatste reis maakte zij in haar eigen camper. En tijdens de nazit?
Natuurlijk was er taart.
Zo herkenbaar voor iedereen die Mariëlle kende.
Na de uitvaart bleef ik in contact met Kees. Tijdens een van onze gesprekken overhandigde hij mij een klein boekje, geschreven en samengesteld door Mariëlle zelf, met familie recepten voor Limburgse vlaaien.
Dat Kees juist mij dit boekje toevertrouwde, vond ik heel bijzonder. Want het was duidelijk dat dit niet zomaar een receptenboekje was. Tussen die bladzijden zaten herinneringen, familiegeschiedenis en vooral heel veel liefde voor het bakken.

Het boekje kreeg een mooie plek bij mij thuis. Regelmatig bladerde ik erin, maar steeds stelde ik het bakken uit.
Want als ik eraan zou beginnen, moest het natuurlijk wel goed gaan.
Geen fluttaart.
Misschien voelde ik ook wel dat dit meer was dan simpelweg een recept uitproberen.

Afgelopen week was het zover. Ik koos voor de Limburgse rijstevlaai, die vind ik heerlijk.
Ik was op mijn manier druk met het halen van de boodschappen, ik woog de ingrediënten af en volgde stap voor stap de aanwijzingen van Mariëlle. Ik merkte dat ik nog nooit met zoveel aandacht een vlaai had gebakken.
En eerlijk is eerlijk: ik was zenuwachtig.
Zou hij lukken? Zou hij smaken zoals Mariëlle hem bedoeld had?
Want natuurlijk had ik een plan. Deze vlaai moest naar Kees.
Dus ging ik, de volgende dag, met de rijstevlaai bij hem op bezoek.
Misschien was het niet de perfecte Limburgse rijstevlaai. Misschien zou Mariëlle nog een tip hebben gehad voor het deeg, de rijst of de vulling.

Maar uiteindelijk ging het daar helemaal niet om.
Het ging over Mariëlle die ineens weer even heel dichtbij kwam.
Over iets wat Mariëlle graag deed en wat, door het bakken uit haar boekje, wordt doorgegeven.
En misschien is dát wel wat een recept soms kan zijn: een klein stukje van iemand dat bewaard blijft.
Het verhaal van Mariëlle zit nu tussen de bladzijden van dat kleine receptenboekje met Limburgse vlaaien.
En iedere keer als ik het opensla, denk ik even aan haar.